Welkom op mijn blog!

Het is altijd leuk als je een berichtje achterlaat: ervaringen, opmerkingen, tips.....

woensdag 30 januari 2013

Gaan.


Ik had een gecompliceerde relatie met mijn moeder.
Mijn hele leven lang.
Laten we het daar maar op houden.
We botsten.
Pasten niet bij elkaar.
Toen ze ziek werd, werd ze liever.
Haar ogen zochten de mijne.
Ze glimlachte.
Ze nam de dingen aan die ik haar zei, haar voordeed, haar opdroeg.
Voor het eerst voelde ik me dochter.
Wanneer ik haar opzocht leerde ik die rol.
Hielp haar lopen, zitten, eten, drinken en plassen en meer.
Later, toen de ziekte haar het denken en handelen steeds verder ontnam sloeg ze terug.
Ze haalde hard uit, schopte op momenten dat ik haar verzorgde.
Ze trapte.
Tegen mijn hoofd en op mijn ziel.
Maar voor het zover was,  kwam het moment dat we haar vertelden dat ze naar
het verpleeghuis ging.
Vriendelijk hoorde ze de door haar aanbeden huisarts aan.
Hij, de boodschapper.
Daarna brak de hel los.
Ze schold, schreeuwde en hield ons gevangen met haar woorden.
Ze priemde met haar vinger: "Zij...."
En 'Zij...zij...' dat was ik.
'Zij' moest weg. 'Zij' ...ze zou haar buiten schoppen.
Voor het gerecht slepen.
Ik dacht aan toen ik zestien, zeventien, achttien was.
Het zelfde liedje.  
Maar dan op een ander wijze.
Haar macht gleed weg. Haar verdriet werd groot.
Het mijne kon ik plaatsen.

De 10 maanden in het verpleeghuis.
Voor niemand makkelijk.
Ze werd een zeurend, dwingend, dreinend, gillend, boosaardig kind.
Voor vader, voor familie een shock.
Voor de verzorging een moeilijk geval.
Voor mij... de moeder zoals ik haar alleen kende.
Enkel uitvergroot en zonder rem.
Soms wenste ik niet meer te gaan.
Maar ik ging, al liep ik vaker weg.
Toen zij ging was het haar strijd.
Het was op tijd.
Ieder blijft haar herinneren als die lieve zachte vrouw.
Ik zoek nog.


donderdag 13 september 2012

Zelf.

Het was de bedoeling dit blog te deleten.
Ik had genoeg van veel.
Teveel schrijfsels die op mijn scherm werden geduwd met de opdracht: Lezen. Geweldig. Mooi. 
Schreeuwend veel mannen met mening over de wijde wereld. Zielig veel vrouwen met gevoelens over de zaken om hen heen.
Ik snap dat, maar heb er geen behoefte aan. Uitzonderingen daargelaten. Altijd.
Waarom wel mijn gedachten en gevoelens aan de ander bieden? 
Niet doen! Stop dus.
Maar...
Gisteren stuurde iemand mij mail met de vraag hoe het is. Niet met mij, maar met vader en moeder.
Ik begon het antwoord, bekeek nog eenmaal de Alzheimer Hoofdstukken en dacht: Oh, dat kon erger. Daarna: Laat ik het nog maar even staan. Volgende gedacht: Het is niet af. 
Omdat het niet af is, ga ik nog een hoofdstuk toevoegen. 
Of 2.
Meer. 



donderdag 15 maart 2012

Over

De laatste loodjes in huis.
Net als de dagen van de weken ervoor is die ochtend de lieve thuiszorgdame door mijn moeder uitgescholden en uitgemaakt voor alle lelijks. Mijn vader geneert zich en weet geen raad. 
Zonder bril, met haar ogen dicht zit moeder op de bank. Ze schreeuwt van het moment dat we binnenkomen bij iedere beweging die we maken. 
Ze grijpt naar haar hoofd en klaagt over pijn.
We lopen op ons tenen, sluipen door het huis en sluiten deuren uiterst behoedzaam.
Samen met mijn zus pak ik een koffer kleding, toiletspullen en klein persoonlijk goed.
Mijn moeder opent af en toe haar ogen en kijkt bozig en argwanend naar onze handelingen.
Ze gilt naar mijn vader dat we weg moeten. Ze dreigt 'de meiden' ons, voor het gerecht te slepen.
Soms staat ze op en probeert de buitendeur te openen.
Mijn zus krijgt daarbij een klap in het gezicht. 
Na ongeduldig heen en weer geschuifel komt ze enigszins tot rust, gaat zitten en sluit haar ogen. 
Vader zit hulpeloos naast haar op de bank.
Als de koffer is gepakt en we klaar zijn voor de laatste move, kunnen we enkel wachten.
Stil zie ik de minuten van het laatste uur voorbij kruipen.
Mijn vader zit hand in hand met mijn moeder die niets meer zegt.
Op een teken van mij pakt hij haar jas.
Ze kijkt hem verbaasd aan en vraagt waar ze heen gaan.
"We gaan naar waar Henk is" zegt mijn vader en als een kind laat moeder zich
haar jas aandoen. Ik neem haar hand. We lopen naar de auto.
Ik rij met haar in mijn vaders auto en hijzelf stapt in bij mijn zus.
Moeder is rustig en wijst naar de andere auto.
Ik ben bang dat ze gaat gillen en benoem alles wat ik tegenkom.
Afleiding: "Kijk mama, die kat...de kale bomen...de vijver met eenden en de grijze wolken, de chauffeur van de bus, de fietsende kinderen...."
De rit is kort, het huis dichtbij.
Het hele ritueel van uitstappen en binnengaan.
We worden ontvangen en mijn moeder pakt dankbaar de handen van iedereen die haar begroet. 
Ze is het lieve, rustige o zo breekbare vrouwtje.
Een zucht van verlichting. 
De zusters nemen moeder van ons over. 

Steun

Na de kennismaking op woensdag volgt op donderdag de opname. 
Mijn zus en ik rijden wederom samen naar onze geboortegrond. 
De uren onderweg zijn therapeutisch. 
We bespreken onze zorgen en laten voorzichtig gevoelens los. 
Met de blikken op de weg en het ronken van de motor in de intieme ruimte van C1 is het het ideale moment om te praten over zaken die ons nu raken. 
Los gewoelde emoties en boven drijvende gedachten passeren terwijl we over snelweg en door tunnel de tijd voorbij zien gaan. 
Het geeft steun. 

Verpleeghuis

Gelukkig ging moeder sinds kort enkele uren naar de dagopvang van het verpleeghuis waar ze zal gaan wonen. Ze kent het huis en vond de keren dat ze er op bezoek was fijn. Ze genoot van de aandacht van Carolien en vooral van Henk, de activiteitenbegeleiders. 
Dat maakt het verhuizen makkelijker. 
Het is woensdag na die bewuste knopendoorhakkende vrijdag en we gaan op gesprek in het huis. 
Wij: mijn zus, mijn vader en ik. Moeder gaat naar Henk die haar speciaal zal ontvangen hiervoor. Zij straalt als ze hem ziet en vergeet ons onmiddellijk.
Het immer aanwezig schuldgevoel neemt af nu iedereen in de professioneel zorgende kring  me toevertrouwd dat het geen dag te vroeg is en als wij er niet zelf mee waren gekomen...enfin, het is zo 'goed'.

Zover

En dan is het zover. Het besluit dat het hoe dan ook moet. Een vrije dag genomen om met mijn vader te praten. Gezegd dat het echt niet langer kan en dat in het belang van iedereen en vooral van moeder zelf de tijd gekomen is voor een opname. 
Het duurt onverwacht maar even. Mijn vader, gebroken, geeft toe en binnen enkele uren staat de huisarts op de stoep om de stappen met ons te zetten.
Mijn moeder zit erbij en is stil boos en verdrietig. Gestopt met mopperen, schelden en gillen, uren onbewogen scheef hangend op haar vaste plaats op de bank. Ze moet de woorden opgevangen hebben en in haar hoofd gezocht naar een plek en houvast. 
De huisarts is een zoals dat heet 'goeie dokter', zij vertrouwd hem als geen ander. Hij is geduldig en spreekt lang. Zijn hoofd dicht bij het hare vertelt hij het plan. Moeder huilt stil.
Als hij weg is en ik haar handen vastpak kijkt ze me aan en zegt: "Ik ga verhuizen!"

zondag 26 februari 2012

Drama

Kleine momenten kunnen feestjes zijn. 
Feestjes kunnen grote drama's zijn. 
De verjaardag van mijn vader werd een drama. 
Een verjaardag teveel  waar niets meer te vieren viel.
Misschien omdat we wisten: dit is de laatste. 
Misschien omdat we probeerden: dit is nog over. 
Te weinig gezegd, te veel gedaan, te veel gezegd, te weinig gedaan. 
Alles achteraf.
Einde van het feestlied, einde van de dag, einde van een samen:


Mijn vader die mijn moeder niet meer aan kan en dat eindelijk toegaf. 
Kleinkinderen,  verbijsterd, heen en weer geschoven in de rol van de dag.
Familieleden, machteloos, elkaar beurtelings naar voren of terzijde duwend.


Wat was mijn rol, mijn plek? Waar stond ik in het verhaal?
Mijn jeugdtrauma.
Daar stond ik midden in.
Tussen tirannieke vader met zijn beperking en manipulerende moeder met eigen rugzak.
Jaren van helen in een klap ongedaan.
Pijnlijke val.


Zo'n dag: zoveel meer dan een aaneenschakeling van momenten.
Een drama.