Vol geschonken glazen wijn met de left-overs van de Paasbrunch op tafel.
Onze ouders zijn al vertrokken, net als de kinderen die ieder al weer hun eigen ding doen.
Samen evalueren we gevieren de geslaagde middag en wat vooraf ging.
"Had pa bij jou ook geïnformeerd?" vraagt mijn zus, "over oma B'?"
Nee.Pa heeft er tegen mij niks over gezegd.
Volgens mijn zus zou de eventuele aanwezigheid van Oma B. toch een belemmering voor mijn vader zijn geweest om vandaag te komen.
Ik begrijp het niet helemaal.
Ik weet dat mijn vader het best kan vinden met oma B. mijn schoonmoeder.
Hij noemde haar zeer onlangs nog een patente vrouw.
"Dat is het hem juist" weet mijn zwager
"Je vader zou zich opgelaten voelen met zo'n 'duts' als je moeder erbij!"
Ik schrik van zwagers woorden...duts!

Duts?...dat is zoooo...
Ik ging er eigenlijk vanuit dat duts een typisch Zeeuws-Vlaams woord is...
Ik was het woord zelfs zowat vergeten.
Het hoort op het schoolplein van mijn jeugd........
Daar praatte je over een duts als iemand uitgemaakt werd voor sukkel.
Van Marie (onze zeer Zws-Vlaamse hulp, zeer belangrijk in mijn kindertijd) begreep ik dat duts eigenlijk een verstandelijk beperkt iemand kan betekenen.
Marie gebruikte de aanduiding nml voor alle mensen die ze simpelweg 'zielig' vond.
Ik ging er dus gemakshalve vanuit dat duts géén ABN zijn kon.
Op zijn voordeligst moest het Vlaams wezen.
En zo klonk het woord duts op eerste Paasdag uit de mond van mijn Zws-Vlaamse zwager zowel vertrouwd als schokkend.
Het blijft door mijn hoofd malen: duts duts...mijn moeder is een duts...
Ik zoek op het web naar de betekenis van duts: onnozel mens, sufferd, stumper, sukkel.....
Wat raakt mij het meest?
De omschrijving van duts...?
De gedachte dat mijn vader zo over mijn moeder zou denken..?
Het feit dat mijn zwager het woord in de mond nam??
Duts...ach toch, arme moeder.
