Welkom op mijn blog!

Het is altijd leuk als je een berichtje achterlaat: ervaringen, opmerkingen, tips.....

zaterdag 28 maart 2026

Acht maart.

Vrijdag wenste ik mijn Ukraïnse leerlinge een prettig weekend. Ik informeerde naar haar plannen. Die waren feestelijk: "Zondag ga ik met vriendinnen uit eten, ter ere van International Womensday weet u wel!" 
Oh ja, dat wist ik wel, dat het 8 maart vrouwendag zou zijn, maar niet dat het zo iets feestelijks betekende. Toch kwam meteen een herinnering aan een tv-reportage over Ukraine bij me op, waarin ondanks de oorlog, mannen op 8 maart bloemen scoorden voor hun vrouwen.
Het is een heel belangrijke dag verzekerde de leerlinge mij. Feestelijk en een echte ode aan de vrouw.
Ik besloot dat het goed zou zijn er zelf ook eens meer aandacht aan te geven. 
Daarin was ik niet alleen, bleek.
Op de betreffende zondag stuurde zowel een kennis als een collega  mij een feestelijk Happy Womensday whatsapp bericht. Enthousiast stuurde ik dat ook naar mijn leerlinge en ontving ik vele hartjes retour.
Toevallig liep ik op de bewuste zondag nog even met mijn echtgenoot door het winkelcentrum en wees hem het bloemstalletje waar zich een rij had gevormd  met vrouwen die bossen vol rozen in hun armen klemden. "Kijk" zei ik "Zij krijgen bloemen!" Manlief knikte wat, maar begreep de hint niet, en quasi mokkend probeerde ik hem uit te leggen hoe het tegenwoordig zat met de vrouwendag, met dank aan alle Oost-Europese en andere vrouwen die het gebruik mee hebben meegenomen naar ons land. 
Onderweg kocht ik een klein bosje rozen om aan mijn jongste dochter te kunnen geven. 
Later die middag -al lang thuis - en in afwachting van het bezoek van mijn dochter toverde mijn echtgenoot een fles prosecco te voorschijn.
En zo zaten mijn dochter en ik in de namiddagzon op het stoepje voor ons huis, te proosten op ons zelf. De man kookte ons een lekker diner.
Maandagochtend vroeg ik mijn leerlinge of ze een mooie dag had genoten. 
Ze knikte en uit haar tas haalde ze een doos chocola.
"Happy Womensday mevrouw!"💖




maandag 31 maart 2025

Jaren later

Ze bestaan nog: De Alzheimer hoofdstukken.

Ik vond ze terug....

Niet dat ik naar De Hoofstukken op zoek was, het is toeval dat ik hier weer kom.

De laatste tijd schrijf ik weer: dagboeken, brieven en notities. 

Na jaren stilte, leegte en enkel zwaar gemoed in het hoofd zijn er weer woorden, er zitten zelfs hele verhalen in mijn hoofd. Soms spreek ik ze uit, andere keren worden de verhalen geschreven of getypt. Er wordt weer gemaild, soms moet je net iemand treffen waarmee je je verhalen kan delen. 

Losse vellen, dagboeken, notitieblokken en schermen worden gebruikt voor de verhalen in mijn hoofd. Er kwamen weer vrienden op mijn pad waarmee wordt gemaild en gedeeld.

Sinds kort is schrijven een dagelijkse opdracht. Een zieke vriendin zocht afleiding, lezen doet ze graag maar even geen boeken. Een boek is teveel, te inspannend. Een berichtje op zijn tijd echter is heel welkom. Zo begon ik weer: een dagelijks bericht op haar telefoon dat steevast begint met Goedemorgen C. C. geniet ervan, even wat anders, gewoon eens prietpraat, koffieleutgebabbel, niets noemenswaardig. Zolang het maar licht en luchtig is. Ziek zijn is een ding waar je niet van weg kan. C. kan nauwelijks een stap zetten, haar gedachten voor even te  verzetten is wat mogelijk is en haar goed doet. Zo begon ik weer met schrijven. 

Ik ontdekte dat er verhalen zijn. Ze zitten in mijn hoofd en ik vind de woorden er vorm aan te geven.

C. noemt het mijn columns. Columns C? Als het columns zijn, laat ik ze dan ook maar eens ordenen. Bewaren wellicht. Ik kan ze printen en in een boek plakken, maar is het niet handig online een plek te hebben, een online dagboek om ideeën en schrijfsels te bewaren? Ik zocht naar mogelijkheden.

Zo kwam ik hier en zag dat het er nog was. De Alzheimer Hoofdstukken. Misschien dat ik hier ook nog wel wat heb toe te voegen en anders komt er een nieuw hoofdstuk, nieuwe stukken onder een nieuwe naam. Daar ga ik nog even over nadenken. 






woensdag 30 januari 2013

Gaan.


Ik had een gecompliceerde relatie met mijn moeder.
Mijn hele leven lang.
Laten we het daar maar op houden.
We botsten.
Pasten niet bij elkaar.
Toen ze ziek werd, werd ze liever.
Haar ogen zochten de mijne.
Ze glimlachte.
Ze nam de dingen aan die ik haar zei, haar voordeed, haar opdroeg.
Voor het eerst voelde ik me dochter.
Wanneer ik haar opzocht leerde ik die rol.
Hielp haar lopen, zitten, eten, drinken en plassen en meer.
Later, toen de ziekte haar het denken en handelen steeds verder ontnam sloeg ze terug.
Ze haalde hard uit, schopte op momenten dat ik haar verzorgde.
Ze trapte.
Tegen mijn hoofd en op mijn ziel.
Maar voor het zover was,  kwam het moment dat we haar vertelden dat ze naar
het verpleeghuis ging.
Vriendelijk hoorde ze de door haar aanbeden huisarts aan.
Hij, de boodschapper.
Daarna brak de hel los.
Ze schold, schreeuwde en hield ons gevangen met haar woorden.
Ze priemde met haar vinger: "Zij...."
En 'Zij...zij...' dat was ik.
'Zij' moest weg. 'Zij' ...ze zou haar buiten schoppen.
Voor het gerecht slepen.
Ik dacht aan toen ik zestien, zeventien, achttien was.
Het zelfde liedje.  
Maar dan op een ander wijze.
Haar macht gleed weg. Haar verdriet werd groot.
Het mijne kon ik plaatsen.

De 10 maanden in het verpleeghuis.
Voor niemand makkelijk.
Ze werd een zeurend, dwingend, dreinend, gillend, boosaardig kind.
Voor vader, voor familie een shock.
Voor de verzorging een moeilijk geval.
Voor mij... de moeder zoals ik haar alleen kende.
Enkel uitvergroot en zonder rem.
Soms wenste ik niet meer te gaan.
Maar ik ging, al liep ik vaker weg.
Toen zij ging was het haar strijd.
Het was op tijd.
Ieder blijft haar herinneren als die lieve zachte vrouw.
Ik zoek nog.


donderdag 13 september 2012

Zelf.

Het was de bedoeling dit blog te deleten.
Ik had genoeg van veel.
Teveel schrijfsels die op mijn scherm werden geduwd met de opdracht: Lezen. Geweldig. Mooi. 
Schreeuwend veel mannen met mening over de wijde wereld. Zielig veel vrouwen met gevoelens over de zaken om hen heen.
Ik snap dat, maar heb er geen behoefte aan. Uitzonderingen daargelaten. Altijd.
Waarom wel mijn gedachten en gevoelens aan de ander bieden? 
Niet doen! Stop dus.
Maar...
Gisteren stuurde iemand mij mail met de vraag hoe het is. Niet met mij, maar met vader en moeder.
Ik begon het antwoord, bekeek nog eenmaal de Alzheimer Hoofdstukken en dacht: Oh, dat kon erger. Daarna: Laat ik het nog maar even staan. Volgende gedacht: Het is niet af. 
Omdat het niet af is, ga ik nog een hoofdstuk toevoegen. 
Of 2.
Meer. 



donderdag 15 maart 2012

Over

De laatste loodjes in huis.
Net als de dagen van de weken ervoor is die ochtend de lieve thuiszorgdame door mijn moeder uitgescholden en uitgemaakt voor alle lelijks. Mijn vader geneert zich en weet geen raad. 
Zonder bril, met haar ogen dicht zit moeder op de bank. Ze schreeuwt van het moment dat we binnenkomen bij iedere beweging die we maken. 
Ze grijpt naar haar hoofd en klaagt over pijn.
We lopen op ons tenen, sluipen door het huis en sluiten deuren uiterst behoedzaam.
Samen met mijn zus pak ik een koffer kleding, toiletspullen en klein persoonlijk goed.
Mijn moeder opent af en toe haar ogen en kijkt bozig en argwanend naar onze handelingen.
Ze gilt naar mijn vader dat we weg moeten. Ze dreigt 'de meiden' ons, voor het gerecht te slepen.
Soms staat ze op en probeert de buitendeur te openen.
Mijn zus krijgt daarbij een klap in het gezicht. 
Na ongeduldig heen en weer geschuifel komt ze enigszins tot rust, gaat zitten en sluit haar ogen. 
Vader zit hulpeloos naast haar op de bank.
Als de koffer is gepakt en we klaar zijn voor de laatste move, kunnen we enkel wachten.
Stil zie ik de minuten van het laatste uur voorbij kruipen.
Mijn vader zit hand in hand met mijn moeder die niets meer zegt.
Op een teken van mij pakt hij haar jas.
Ze kijkt hem verbaasd aan en vraagt waar ze heen gaan.
"We gaan naar waar Henk is" zegt mijn vader en als een kind laat moeder zich
haar jas aandoen. Ik neem haar hand. We lopen naar de auto.
Ik rij met haar in mijn vaders auto en hijzelf stapt in bij mijn zus.
Moeder is rustig en wijst naar de andere auto.
Ik ben bang dat ze gaat gillen en benoem alles wat ik tegenkom.
Afleiding: "Kijk mama, die kat...de kale bomen...de vijver met eenden en de grijze wolken, de chauffeur van de bus, de fietsende kinderen...."
De rit is kort, het huis dichtbij.
Het hele ritueel van uitstappen en binnengaan.
We worden ontvangen en mijn moeder pakt dankbaar de handen van iedereen die haar begroet. 
Ze is het lieve, rustige o zo breekbare vrouwtje.
Een zucht van verlichting. 
De zusters nemen moeder van ons over. 

Steun

Na de kennismaking op woensdag volgt op donderdag de opname. 
Mijn zus en ik rijden wederom samen naar onze geboortegrond. 
De uren onderweg zijn therapeutisch. 
We bespreken onze zorgen en laten voorzichtig gevoelens los. 
Met de blikken op de weg en het ronken van de motor in de intieme ruimte van C1 is het het ideale moment om te praten over zaken die ons nu raken. 
Los gewoelde emoties en boven drijvende gedachten passeren terwijl we over snelweg en door tunnel de tijd voorbij zien gaan. 
Het geeft steun. 

Verpleeghuis

Gelukkig ging moeder sinds kort enkele uren naar de dagopvang van het verpleeghuis waar ze zal gaan wonen. Ze kent het huis en vond de keren dat ze er op bezoek was fijn. Ze genoot van de aandacht van Carolien en vooral van Henk, de activiteitenbegeleiders. 
Dat maakt het verhuizen makkelijker. 
Het is woensdag na die bewuste knopendoorhakkende vrijdag en we gaan op gesprek in het huis. 
Wij: mijn zus, mijn vader en ik. Moeder gaat naar Henk die haar speciaal zal ontvangen hiervoor. Zij straalt als ze hem ziet en vergeet ons onmiddellijk.
Het immer aanwezig schuldgevoel neemt af nu iedereen in de professioneel zorgende kring  me toevertrouwd dat het geen dag te vroeg is en als wij er niet zelf mee waren gekomen...enfin, het is zo 'goed'.